SDGs en universele planetaire grenzen

logo sdgs

Ze zijn er! Eind september werden in New York de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen of SDGs (Sustainable Development Goals) goedgekeurd. De SDGs zijn de opvolgers van de MDGs (de Millenniumdoelstellingen). In 2015 lopen de MDGs af, en met de SDGs heeft de internationale gemeenschap nu een agenda voor duurzame ontwikkeling tot 2030 vastgelegd.

De SDGs zijn niet zomaar een soort MDG+

In tegenstelling tot de MDGs, die waren uitgewerkt door een groep technici, kwamen de SDGs tot stand na een lang en breed proces. Internationaal was er een enorme betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld. En in een lange en voorzichtige diplomatieke wals kwamen de VN-lidstaten uiteindelijk tot een akkoord over een set van 17 SDGs en 169 targets.

Later volgt er nog een pakket van waarschijnlijk een honderdtal ‘global indicators’. Dat alles moet dan nog worden aangevuld door actieplannen en indicatoren op nationaal niveau.

De UN Sustainable Development Summit van 25-27 september was de tweede van drie belangrijke mondiale conferenties in 2015. In juli was er al de internationale conferentie Financing for Development in Addis Abeba, en eind van dit jaar is er natuurlijk ook nog de cruciale klimaatconferentie in Parijs.

2015 kanteljaar?

Zal 2015 het kanteljaar worden dat de wereld (eindelijk) op een meer duurzaam en rechtvaardig spoor zal zetten? En zullen de SDGs daartoe de hefboom worden? Of wordt het bestaan van de SDGs een zoveelste excuus om door te gaan met een business as usual?

Je zou je gemakkelijk van die vragen af kunnen maken met verwijzingen naar glazen die halfvol of halfleeg zijn. Dat is te eenvoudig. De cruciale vraag is of we bereid zullen zijn om doorheen de SDGs de planetaire werkelijkheid te zien.

We hebben maar één aarde. Die ene aarde is groot en rijk genoeg om iedereen die nu leeft en die in de toekomst nog zal leven een waardig leven te garanderen op een manier die houdbaar is. Maar de weg daar naartoe is niet de hulpbronnen verslindende levenswijze die we in een land als het onze als de ‘norm’ beschouwen.

Veel meer dan de MDGs bieden de SDGs een geweldige kans om een andere richting uit te gaan.

SDGs als landwegen met zicht op een bestemming

Voor ons was het project van de MDGs in veel opzichten heel erg ‘veilig’. We konden ons mentaal nestelen in het idee dat we via de MDGs de mensen ‘ginder’ zouden kunnen ‘helpen’. Zo hoef je jezelf niet in vraag te stellen.

Je kun ook blijven geloven dat de snelweg van de ontwikkeling waar wij zogenaamd al op zitten en de anderen ‘nog niet’, de enige juiste is. Wie al een eindje op weg is, hoeft niet te zien dat veel van die anderen nooit op die snelweg zullen geraken.

En wie denkt dat die autosnelweg de enige manier is om vooruit te komen, zal misschien niet zien dat er naast de snelweg nog heel veel kleinere wegen zijn. Hierop kun je trouwens ook met de fiets vooruit gaan, en wel op een manier die iedereen uitzicht zou geven op een bestemming. Met zo’n beeld zou je de uitdaging van de SDGs kunnen omschrijven.

Zelfs cynische politici zouden eigenlijk de SDGs niet zomaar naast zich neer moeten kunnen leggen.Het resultaat van de hele oefening is in veel opzichten beter dan velen hadden gevreesd toen men aan dit traject begon. Het geheel is evenwichtig en bestrijkt een veel breder terrein, met ecologische, sociale en economische dimensies.

Een aantal landen van het Noorden had nog wel gehoopt dat een MDG+ zou lukken, maar tijdens het proces werd duidelijk dat veel landen van het Zuiden die deal niet zouden aanvaarden.

Het conflict dat we hier zien, is ook te herkennen in de klimaatonderhandelingen. Klimaatverandering is in de eerste plaats een rechtvaardigheidsprobleem. Die landen die de grootste historische verantwoordelijkheid hebben in het ontstaan van het probleem, voelen zelf de gevolgen ervan het minst.

Binnen de begrensde capaciteit van de planeet hebben de ecologisch gulzigen al een erg groot deel van die capaciteit opgebruikt. Nu de armeren hun ‘recht op ontwikkeling’ opeisen, botsen we keihard op de grenzen van de planeet en van de klassieke politiek van geloof in voortdurende groei.

Of anders gezegd: de rijkste landen zullen in ecologische zin letterlijk ruimte moeten maken voor de anderen om hun een kans te geven op een waardige en duurzame welvaart.

Ook België moet zijn verantwoordelijkheid nemen

De SDGs zijn er niet alleen voor de ‘anderen’, voor het Zuiden. De SDGs zijn universeel, ze gelden voor alle landen.

Ook België zal dus mee in het bad moeten. Veel politici in ons land beseffen dat waarschijnlijk nog niet goed. En ook in ons land hoor je dat we vooral de landen in bijvoorbeeld Afrika moeten helpen om daar een groenere economie op te starten. We moeten hen helpen om te ‘leapfroggen’ naar een ander model.

Dat is allemaal heel nobel en nuttig, maar binnen de grenzen van de draagkracht van de planeet is een voor iedereen houdbaar ontwikkelingsmodel enkel mogelijk als wij hier (en niet alleen zij daar) bereid zijn om de voetafdruk van ons welvaartsmodel drastisch naar beneden te halen (en wel degelijk in absolute zin, niet enkel relatief, door een hogere efficiëntie).

Wie vanuit die positieve intentie met de SDGs aan de slag gaat, ziet er enorme mogelijkheden in. Het geheel van de SDGs maakt duidelijk dat de kwesties van ecologische duurzaamheid en sociale gelijkheid innig met elkaar verbonden zijn. Een economisch model dat die twee kwesties structureel met elkaar verbindt, en dat in een Noord-Zuid- en langetermijnperspectief, biedt de beste kansen.

Maar dat wil dus ook zeggen dat we het zullen moeten hebben over de symbolen van onze consumptiesamenleving. De grootste milieudruk is er in de domeinen mobiliteit, wonen en voeding.

Nadenken over een rechtvaardige welvaart binnen planetaire grenzen betekent dus dat we zullen moeten praten over ons vleesverbruik, over het aantal vliegreizen en over hoe en waar we wonen.

Het betekent evenzeer dat we de kwestie van de groeiende ongelijkheid moeten aanpakken, ook om de voortdurende statusconsumptie onder controle te krijgen.

Kader scheppen voor het ‘nieuwe normaal’

Zo bekeken kunnen de SDGs hét opstapje zijn naar een hernieuwde belangstelling voor wat duurzame ontwikkeling zou moeten zijn.

Als beleidsmakers echt de moed hebben om te kiezen voor de preventieve gerechtigheid die er in dat spoor zit, zullen ze zo ook het kader versterken waarin die bedrijven - die nu al overtuigd zijn van de mogelijkheden van een economie binnen de planetaire grenzen - zich verder kunnen ontwikkelen tot het ‘nieuwe normaal’.

Je kunt de SDGs ook anders lezen. Want in de tekst kun je ook de eerder genoemde snelweg vinden. Het geloof in forse economische groei (die dan wel ‘duurzaam’ en ‘inclusief’ wordt genoemd) wordt ook beleden. Wie alleen naar die snelweg wil blijven kijken, en niet naar de planetaire werkelijkheid daarbuiten, begeeft zich onherroepelijk op een ‘road to nowhere’.

Anders gezegd: als onze beleidsmakers enkel willen inzetten op een klassiek groeispoor, waarbij we de ‘anderen’ aan de andere kant van de wereld gaan ‘helpen’ om het wat groener te doen, zonder vragen te stellen bij de reële impact van onze levenswijze, dan zitten we weer bij het aloude business as usual.

Dat is voor de hand liggend, het is ‘veilig’, maar het zal enkel de onveiligheid van een wereld die ecologisch op hol slaat en sociaal verder uit elkaar groeit, vergroten. Business as usual is dus eigenlijk een heel slecht business model.

De SDGs openen potentieel de deur naar een ander spoor, naar andere wegen dan die ene snelweg. Die andere wegen bieden letterlijk meer ademruimte en zijn een prima alternatief voor de file.

De vraag is alleen of we het samen aandurven om in de spiegel te kijken en te gaan doen wat nodig is.

Jan Mertens

Terug naar boven