ISO 26000

ISO 26000 biedt richtlijnen op vlak van onder meer principes, concepten, stakeholderengagement en implementatie van mvo. Het wil op die manier een uniform mvo-begrippenkader creeëren rond mvo en organisaties een instrument aanbieden om intenties van maatschappelijk verantwoordelijkheid om te zetten in acties, en dit op een systematische en samenhangende manier.

Ontwikkeling

ISO 26000 werd ontwikkeld door de grootste werkgroep die ooit werd samengesteld door de Internationale Organisatie voor Standaardisatie om een standaard te ontwikkelen. In deze werkgroep waren zes grote stakeholdergroepen vertegenwoordigd, afkomstig uit de industriële wereld, vakbonden, overheden, consumentenorganisaties, NGO’s en een restcategorie met onderzoekers en dienstverleners. De werkgroep bestond uit 450 deskundigen en 210 waarnemers uit 90 verschillende landen die lid zijn van ISO en 42 organisaties die verbonden zijn met ISO. ISO 26000 noemt zich consistent met relevante declaraties en conventies van de Verenigde Naties (VN) en de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) (ISO, 2011).

Doelstelling

Een van de doelen van ISO 26000 is om organisaties een instrument aan te bieden om intenties van maatschappelijk verantwoordelijkheid om te zetten in acties, en dit op een systematische en samenhangende manier. Het moet organisaties bijstaan in het leveren van een bijdrage in duurzame ontwikkeling, ondermeer door initiatieven te nemen die verder reiken dan wat strikt noodzakelijk is volgens wetten en regels. Het is niet de bedoeling om bestaande initiatieven te vervangen maar eerder om deze bij te staan en het begrip en de opvattingen rond maatschappelijke verantwoordelijkheid algemeen te verspreiden (ISO, 2011).

Het gebruik van de ISO 26000–richtlijn kan voor organisaties (incl. ondernemingen) een competitief voordeel opleveren en een bijdrage leveren tot het opbouwen van een positieve reputatie. Organisaties kunnen het gebruik van ISO 26000 communiceren naar alle belanghebbende zoals klanten, werknemers, leden, overheden, media, leveranciers, investeerders… (ISO, 2011).

Thema's

Naast duidelijke definities, toelichting rond de principes van maatschappelijke verantwoordelijkheid van organisaties en de noodzaak om stakeholders hierbij te betrekken in de eerste hoofdstukken, ligt het zwaartepunt van ISO 26000 bij de “richtlijnen voor kernthema’s van maatschappelijke verantwoordelijkheid”. Er zijn zeven kernthema’s (bestuur van de organisatie, mensenrechten, arbeidspraktijk, milieu, eerlijk zakendoen, consumentenaangelegenheden en betrokkenheid bij en ontwikkeling van de gemeenschap) telkens onderverdeeld in verschillende onderwerpen. In totaal worden 36 onderwerpen behandeld. Bij elk kernthema worden de principes uitgelegd en worden mogelijke overwegingen toegelicht. Bij elk onderwerp worden eerst een beschrijving gegeven om daarna enkele acties en verwachtingen toe te lichten. De richtlijnen voor het integreren van maatschappelijke verantwoordelijkheid in de hele organisatie zijn het onderwerp van het laatste hoofdstuk. Hier worden zeer concrete richtlijnen gegeven van hoe maatschappelijke verantwoordelijkheid zijn intrede kan doen of kan worden verfijnd binnen het bedrijf of de organisatie (ISO, 2011).

ISO 26000 is een internationale norm en biedt gebruikers een richtlijn. In tegenstelling tot andere ISO-normen is ISO 26000 niet geschikt noch bedoeld voor certificatiedoeleinden (ISO, 2011).

Instrumenten

Het document NBN ISO 26000 kan aangekocht worden op de site van het Nationaal Bureau voor Normalisatie. Wilt u zelf testen hoe ver uw bedrijf staat op vlak van duurzaamheid of maatschappelijk verantwoord ondernemen, doe dan de MVO-scan van MVO Vlaanderen.

MVO Nederland ontwikkelde de MVO-scan ISO 26000 die u op een laagdrempelige manier met de verschillende aspecten van ISO 26000 in aanraking laat komen en u de mogelijkheden tot verbetering laat zien. Raadpleeg ook de MVO-wegwijzer ISO 26000 die de ISO 26000-richtlijn leesbaar en bruikbaar maakt voor KMO's.

Bron: "Duurzaam ondernemen zichtbaar en doenbaar maken in Vlaanderen.", Onderzoeksrapport januari 2012