Column: Voedsel en resource-efficiency

Natuurlijke rijkdommen worden schaars. En duur. Wie de financiële markten wat volgt, wordt er steeds weer aan herinnerd. De prijzen van natuurlijke hulpbronnen rijzen de pan uit, wat wijst op een onevenwicht tussen vraag en aanbod. Hoeveel de aarde ook te bieden heeft, we zijn binnenkort met teveel. We consumeren verkeerd om onze huidige manier van leven op deze planeet te kunnen bestendigen. Aangezien de kinderdroom van gezinnen fnuiken moeilijk ethisch te verantwoorden is, lijkt het aanpassen van onze consumptiepatronen de enige uitweg.

Geen wonder dus dat de Europese Unie inzet op ‘resource-efficiency’. Het efficiënt omzetten van grondstoffen naar eindproducten krijgt hoge prioriteit in een wereld van schaarste. Voedselproductie is daar geen uitzondering op.

Voedselpyramide
De huidige wereldbevolking van 6.8 miljard zal aangroeien tot 9 à 9,5 miljard mensen over 40 jaar. Onze kleinkinderen zullen dus in een wereld leven met 35% meer wereldburgers dan wij. En die monden moeten allemaal worden gevoed. Aangezien deze generatie waarschijnlijk ook rijker zal zijn dan ons, dreigt ze meer producten hoog in de voedselpyramide te consumeren. En meer producten van dierlijke oorsprong.

Analyses tonen immers aan dat mensen meer dierlijke producten consumeren zoals vlees en melk naarmate hun beschikbaar inkomen stijgt. De beste voorbeelden hiervan zijn China en India, landen met een traditioneel plantaardig dieet, waar vlees- en melkconsumptie volop in de lift zitten door de stijgende rijkdom van de middenklasse. 2,5 miljard mensen die stap voor stap hun voedingspatroon veranderen, dat zal zich laten voelen op de wereldmarkt.

Intensivering
Meer mensen die steeds meer dierlijke producten consumeren – men schat een verdubbeling van de vleesconsumptie en een groei van 80% van de melkconsumptie op wereldvlak tegen 2050 – brengt nogal wat uitdagingen met zich mee. Zeker nu al bijna drie kwart van de beschikbare landbouwgronden voor deze 2 producten worden aangewend.

Landbouwingenieurs en economisten geloven dat de productiviteit van de landbouw nog verder kan worden verhoogd, in lijn met de groei in het verleden. Dit kan onder andere door een verdere intensivering van de landbouw, of het inzetten van genetisch gemanipuleerde gewassen. Maar die hebben ook een aantal neveneffecten, zoals bodemverarming en vermindering van de biodiversiteit.

Consuminderen
Andere studies tonen dan weer aan dat de output van de landbouw wel eens met 20% zou kunnen dalen indien de temperatuur op aarde met 2 à3° zou stijgen, te wijten aan de aardopwarming. Dat is een weinig rooskleurig vooruitzicht in een wereld met toenemende voedselbehoeftes.

Een voor de hand liggende oplossing bestaat in de combinatie van minder consumeren en anders consumeren. Voornamelijk in de Westerse wereld, waar obesitas een groter probleem is dan honger.

Vlees en melk worden vaak geconsumeerd als bron van eiwitten, een belangrijk bestanddeel van een evenwichtig en gezond dieet. Terwijl een volwassen persoon gemiddeld nood heeft aan 60 à80 gram proteïnen per dag, afhankelijk van het geslacht, ligt de werkelijke consumptie ervan hoger in onze Westerse wereld. Het verlagen van de consumptie is dan ook een logische eerste stap.

Flexitariërs
Velen weten reeds dat er ook andere bronnen van eiwitten bestaan, o.a. van plantaardige oorsprong, zoals peulvruchten of algen. Dat ze ook meer ‘resource-efficient’ zijn dan hun dierlijke alternatieven is echter minder gekend. Ze gebruiken immers minder land, minder water en stoten minder CO2 uit dan een gelijkaardig product van dierlijke oorsprong. Bovendien bevinden ze zich lager in de voedselpyramide, wat aangeeft dat ze ook gezond zijn.

Gezondheid en duurzaamheid gaan dus hand in hand wat plantaardige voeding betreft. Geen wonder dat een hogere consumptie van plantaardige producten deel uitmaakt van de ‘eiwit transitie-agenda’ in verschillende Europese landen.Zo wordt, naast een beperkte groep van vegetariërs, een groeiend deel van de Europese bevolking flexitariër. Ze consumeren zowel dierlijke als plantaardige voeding, al zij het slechts één maal per week. In die zin zijn beide producten eerder complementair dan rivaal.

Voedingsgewoontes zijn diep geworteld in een cultuur. Er zal geconcerteerde actie nodig zijn van verschillende spelers zoals de overheid, de industrie en de consument om die gewoontes te laten evolueren. En tijd. Daarom spreken we eerder van een noodzakelijke voedselevolutie dan van een revolutie.


Koen Bouckaert is Strategy & Business Development Director bij Alpro. Daar staat hij sinds 2,5 jaar ook in voor duurzaam ondernemen.



Navigatie


Zoeken




© MVO Vlaanderen Koning Albert-II laan 35 bus 20, 1030 Brussel info@mvovlaanderen.be tel. 03 205 91 69 disclaimer naar boven
Deze website draagt het Anysurferlabel, een Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites. Meer informatie vindt u op www.anysurfer.be AnySurfer, Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites