Veel te vroeg voor optimisme over de CO2-uitstoot
Zijn we nu op weg om de uitstoot van CO2 drastisch te verminderen, of niet? Voor de niet-specialist zijn de cijfers lastig te interpreteren. Een recente studie stemt eerder somber.
In juni meldde het Europees Milieuagentschap dat de EU al “de helft van de weg heeft afgelegd naar de beoogde 20%-reductie van broeikasgassen in het jaar 2020”. Gezien de economische terugval, verwacht het EMA voor 2009 nog lagere cijfers.
Klinkt bemoedigend. Maar researchteams gebruiken uiteenlopende referentieperiodes, werkmethoden en geografische zones. Voor elke studie die een glimp van hoop geeft, is er wel een andere die de bezorgdheid aanwakkert. Dat is ook nu weer zo.
Na de recessie weer toename
Zopas trad het Planbureau voor de Leefomgeving, een Nederlandse instantie die samenwerkt met de Europese Commissie, naar buiten met een studie over de industriële uitstoot van koolstofdioxide in 2009. Enkele resultaten:
- De uitstoot daalde gevoelig in de EU, in de VS en in de industriestaten die gebonden zijn door het Kyotoprotocol.
- China liet een stijging noteren met 9% en India met 6%. China en India deden de daling in de industrielanden teniet.
- In de andere ontwikkelingslanden was het beeld diffuus, en per saldo bleef de totale emissie van deze groep landen stabiel.
Onder de streep komt het er op neer dat de globale CO2-uitstoot door industriële activiteiten in 2009 niet is toegenomen. Dit was sinds 1992 niet gebeurd.
Maar deze nulgroei volgt uit de economische terugval in de westerse industrielanden, en niet uit een fundamentele kentering. Volgens het Planbureau voor de Leefomgeving zal de uitstoot weer fors toenemen zodra de VS en de EU uit het dal kruipen. Dat was na vroegere recessies ook zo.
Vermits China en India zich blijven ontwikkelen, lijken we af te stevenen op een toename in plaats van een afname van de hoeveelheid CO2 die door menselijke activiteiten aan de atmosfeer wordt toegevoegd. Dat zal de opwarming van de planeet niet vertragen, maar versnellen.
Transport: een wereldwijde milieuramp in de maak?
Wie naar de transportsector kijkt, zal nog minder vrolijk gestemd zijn. De aandacht voor “groene” voertuigen doet vergeten dat deze sector in werkelijkheid méér broeikasgassen produceert dan vroeger.
In de EU is vervoer verantwoordelijk voor een kwart van de broeikasgasemissies. Dit aandeel stijgt tot een derde, als men rekening houdt met de activiteiten die het autorijden mogelijk maken, zoals de aanleg en het onderhoud van wegen, de fabricage van auto’s, en de olieontginning en brandstofproductie.
In april jl. publiceerde het Europees Milieuagentschap een rapport dat tot nadenken stemde. Er is technische vooruitgang wat de uitstoot betreft van vervuilende stoffen, noteert het EMA, maar allemaal bijeen spuwen onze auto’s almaar meer broeikasgassen uit.
Van de 32 landen van de Europese Economische Ruimte zijn alleen Zweden en Duitsland min of meer op schema wat de introductie van biobrandstoffen betreft. Over de kans dat de elektrische auto snel en op grote schaal een impact zal hebben op de klimaatverandering, zijn de meningen verdeeld.
De conclusie luidt volgens Jacqueline McGlade, de topvrouw van het Europees Milieuagentschap, dat alle mogelijke technologische verbeteringen niet zullen volstaan om de EU-doelstellingen voor transport te halen. “Het aantal verplaatsingen moet omlaag en de manier waarop we ons verplaatsen moet op een revolutionaire manier veranderen.”
Voor het klimaat is het de totale, wereldwijde uitstoot die telt. En dan ziet het er niet goed uit. Jacqueline McGlade verwijst naar het Duitse Instituut voor Milieuvooruitzichten. Dit instituut verwacht dat er in 2030 op de wereldbol ruim 4,3 miljard auto’s zullen rondrijden, dat is viereneenhalve keer zoveel als vandaag.
Als deze voorspelling bewaarheid wordt, is volgens het instituut een wereldwijde milieuramp onafwendbaar.
Hendrik Mertens
Meer info
Studie van Europees Milieuagentschap
Planbureau voor de Leefomgeving
