Resultaten van het ESF – project: Bevorderen van duurzaam en transparant ondernemen in Vlaanderen
In het kader van een transnationaal project van het Europees Sociaal Fonds (ESF) werkt het Departement Werk en Sociale Economie van de Vlaamse overheid samen met de Vlaamse werkgeversorganisaties VOKA, UNIZO en VERSO. Het project Bevorderen van duurzaam en transparant ondernemen in Vlaanderen moet antwoord bieden op volgende uitdagingen:
• hoe kunnen Vlaamse organisaties, bedrijven en overheden MVO beter integreren en toepassen in de organisatie, alsook hierover communiceren,
• welke instrumenten en methodieken uit andere EU landen kunnen hierbij helpen,
• en welke beleidsinstrumenten kan de overheid gebruiken om MVO te bevorderen.
Hiervoor werd gekeken naar goede praktijken in andere EU-landen. Het project bestaat uit drie fasen:
1. Een inventarisatie van interessante praktijkvoorbeelden, methodieken en instrumenten uit andere EU-lidstaten en regio’s (Denemarken, Oostenrijk, Catalonië, Nederland en het Verenigd Koninkrijk) (afgerond in 2011)
2. Via studiebezoeken aan en bijeenkomsten met een aantal organisaties in enkele van die landen en regio’s tot verdere inzichten in die instrumenten komen en aanbevelingen formuleren voor gebruik in de Vlaamse context, (Afgerond in januari 2012)
3. Op basis van de resultaten pilootprojecten opzetten in Vlaanderen.
Resultaten
De rol van de overheid in de verschillende onderzochte landen/regio’s blijkt zeer divers te zijn. Toch wordt er meestal gefocust op het belang van een continu beleid. Sommige landen hebben ook geïnvesteerd in een nationale MVO-norm, die vaak ook certificeerbaar blijkt te zijn. Dit is bij de internationale norm ISO 26000 niet het geval. Opvallend is de aandacht die de Deense overheid heeft voor MVO, zeker in kader van hun EU-voorzitterschap dit jaar. De rol van de bedrijfsorganisaties in de onderzochte landen/regios is niet te verwaarlozen, toch beperkt. Hun meest prominente rol is het ontwikkelen van begeleidingstools op maat van de (sub)sector. Tenslotte werd de rol van andere stakeholders onderzocht. De onderzoekers vonden een spanningsveld tussen de klassieke sociale dialoog (werkgevers – werknemers) en stakeholderoverleg rond het thema MVO. Hoewel vakbonden deel uitmaken van de klassieke sociale dialoog (en in sommige landen wordt dat overleg betrokken bij het beleid van de overheid inzake MVO), nemen ze niet het voortouw wanneer het gaat over MVO. Werkgeversorganisaties doen dit over het algemeen meer. De NGO’s, tenslotte, spelen soms wel, soms niet een rol, maar steevast op het tweede plan. Andere stakeholders met een actieve rol konden moeilijk worden geïdentificeerd. Toch is het zo dat bij het bestaan van een Raad voor MVO ook andere stakeholders naar voor treden.
Samenvattend kan aangegeven worden dat volgende factoren in min of meerdere mate een rol spelen: de internationale context (de invloed van de Europese Commissie, het bestaan van de UN Global Compact en GRI, multinationals, etc.) en educatie (eventuele samenwerking met business schools). Al is de rol van educatie moeilijker in te schatten. De opleiding van studenten in MVO-onderwerpen wordt bij de besproken landen niet beschouwd als een prioritair actiepunt.
Prof. Dr. Mazijn, die dit onderzoek leidde, maakte volgende conclusies:
• de overheden die een echte MVO-coördinatie door de overheid hebben opgezet (Denemarken, Catalonië), noemen dit als een plus-punt, de andere beschouwen het afwezig zijn van een MVO-coördinatieplan als een minpunt;
• ook het hebben van een minimale kritische massa van ambtenaren die werkt rond MVO wordt gezien als een sine qua non;
• een langdurende steun van de politieke overheid wordt beschouwd als belangrijk;
• een actieplan wordt gezien als een houvast voor de werking rond MVO;
• MVO koppelen aan overheidsopdrachten wekt interesse, maar is niet evident;
• in bijna alle landen is er een (sterke) aandacht voor ketenverantwoordelijkheid, niet alleen in relatie tot ontwikkelingslanden, maar ook het onderkennen ervan in eigen streek;
• verschillende interessante voorbeelden werden uiteengezet;
• twee landen sterk op het vlak van MVO (Denemarken en Catalonië) hebben een Raad voor Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen;
• het beeld rond de aandacht voor de internationale normen is zeer divers;
• met uitzondering van Denemarken – en voor specifieke gevallen in Catalonië – lijkt de betrokkenheid van bedrijfsorganisaties eerder beperkt;
• in Oostenrijk en het Verenigd Koninkrijk wordt dat dan weer opgevangen door twee sterke business gedreven organisaties zoals respAct en BITC;
• in heel wat landen wordt – al dan niet in een samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven – aan ‘branding’ gedaan van voorlopers. ‘Awards’ zijn daar het meest zichtbare instrument toe, maar evenzeer een gevalideerde databank bewijst zijn nut;
Het is dus duidelijk dat enkele landen op korte termijn een actieve rol op Europees niveau zullen spelen. Vlaanderen doet er dus goed aan om zich op korte termijn organiseren om met kennis van zaken eveneens een actieve rol te spelen bij de besluitvorming op Europees vlak in 2012.
Na de verwerking van de input en de feedback van de participanten van de MVO-tweedaagse op 26-27 januari 2012 zal dit project afgerond worden met enkele pilootprojecten.
Het volledige rapport vindt u hier.
Dit artikel is gebaseerd op de presentatie van Prof. Dr. Bernard Mazijn op de MVO-tweedaagse. De presentatie vindt u hier.
