De Belgische voedingsindustrie gaat voor verhoging van duurzame voedselproductie
De grootste uitdaging voor de toekomst van onze planeet is de productie van voldoende kwaliteitsvoeding voor een snel toenemende bevolking, met steeds beperktere middelen. FEVIA reikt de hand naar de andere schakels van de agro-voedselketen om hier samen werk van te maken.
Naar aanleiding van haar jaarvergadering die vandaag 23 november 2011 plaats vindt, stelt FEVIA het eerste duurzaamheidsverslag van de Belgische voedingsindustrie voor. De drijfveer voor opstelling van dit verslag is het besef dat een industriële activiteit op lange termijn enkel kan overleven als zij aanvaard wordt door de maatschappelijke omgeving. Daarom heeft FEVIA een dialoog opgezet met haar stakeholders: consumenten- en milieuorganisaties, vakbonden, leveranciers en afnemers. Deze dialoog heeft geleid tot een reeks interessante vaststellingen en inzichten, die werden gebundeld in het eerste duurzaamheidsverslag van de Belgische voedingsindustrie.
Hieruit blijkt dat de voedingsindustrie doorheen de jaren grote vorderingen gemaakt heeft op weg naar een meer duurzaam voedselsysteem, maar ook tegelijkertijd voor grote uitdagingen staat. De grootste is het voorzien van voldoende kwaliteitsvoeding voor de snel toenemende bevolking, met steeds beperktere middelen.
FEVIA ziet dit rapport als een nulmeting en als een leidraad voor de volledige voedingsindustrie om op de ingeslagen weg verder te gaan. FEVIA beseft dat deze uitdagingen de voedingsindustrie overstijgen en reikt daarom de hand naar de andere schakels van de agro-voedselketen om hier samen voor het volgende duurzaamheidsverslag werk van te maken.
U vindt hieronder een overzicht van enkele van de meest in het oog springende initiatieven ingedeeld volgens de klassieke pijlers “People, Planet, Profit”.
Zorg dragen voor de mensen: “people”
- Eén op zes werknemers van de verwerkende industrie werkt in de voedingsindustrie Voor een industriële bedrijfstak is de werkgelegenheid in voedingsindustrie opmerkelijk stabiel. Sinds 2000 is die met 1,6 % gestegen. Mede door de daling van de werkgelegenheid in de andere sectoren, is het aandeel van de voedingsindustrie in de totale werkgelegenheid van de verwerkende industrie tijdens deze periode gestegen van 14 naar 17,4 %.
- Verhoging van het opleidingsaanbod voor laaggeschoolde medewerkers De vzw Initiatieven voor professionele vorming (IPV), gezamenlijk opgericht door FEVIA en de vakbonden, levert grote inspanningen om alle werknemers - ongeacht hun onderwijsniveau – dezelfde opleidingsmogelijkheden te bieden. Hierdoor is het aandeel van laaggeschoolde werknemers (lager onderwijs en lager secundair onderwijs), die een opleiding gevolgd hebben, gestegen van 12 % in 2004 naar 23 % in 2009.
- Eén op twee bedrijven herziet elke twee jaar de samenstelling van minstens één product In 2009 ondertekende FEVIA samen met COMEOS en de federale minister van volksgezondheid een convenant om het zoutgebruik van de bevolking te verminderen met 10 % tegen 2012. Uit de eigen nutritionele enquête van FEVIA van 2011 blijkt bovendien dat de helft van de bedrijven gedurende de voorbije 2 jaar de samenstelling van minstens van één van hun producten herzien hebben.
De aarde vrijwaren: “planet”
- CO2 uitstoot gedaald met 36 % sinds 1990 In 2007 hebben alle bedrijven van de voedingsindustrie samen bijna 2 miljoen ton CO² uitgestoten. Dat is 36 % minder dan in 1990, terwijl de productie ondertussen nochtans met 60 % toegenomen is.
- Zo goed als niets gaat verloren. Volgens officiële gegevens (Etat de l’environnement wallon – Milieurapport Vlaanderen), kan de maximale hoeveelheid afval van de voedingsindustrie, die in 2007 afgevoerd werd naar stortplaatsen, geraamd worden op 40.000 ton of slechts 0,16 % ten opzichte van 25 miljoen ton voedingsproducten.
Onze boterham verdienen : “profit”
- Investeringen lijden onder de crisis Tussen 2008 en 2010 is het bedrag van de investeringen in verhouding tot de omzet sterk gedaald: van 3,7 naar 2,6 %. Hieruit blijkt de invloed van de economische crisis op de voedingsindustrie.
De Belgische voedingsindustrie besteedt gemiddeld 0,3 tot 0,4 % van haar omzet aan intern onderzoek en ontwikkeling. Dat is aanzienlijk minder dan het gemiddelde van 1,2 % in de verwerkende industrie. Waarschijnlijk hebben de competentiepolen WagrALIM en Flanders’ FOOD een zekere dynamiek doen ontstaan, maar dat blijkt nog niet uit de beschikbare gegevens tot 2007.
- KMO’s investeren meer dan grote bedrijven De voedingsindustrie wordt gekenmerkt door een zeer groot aantal KMO’s. Van de 5.034 voedingsbedrijven tellen er 86 % minder dan 20 werknemers.
In verhouding tot hun omzetcijfer investeren KMO’s meer en stellen zij meer mensen tewerk dan grote ondernemingen. Zo besteedden de bedrijven met minder dan 50 werknemers in 2006 5 % van hun omzet aan investeringen, terwijl bedrijven met meer dan 50 werknemers slechts 3 % investeerden.
Dé uitdaging van de toekomst: voldoende voeding voor 9 miljard mensen
De grootste uitdaging voor de hele planeet wordt echter om voldoende kwaliteitsvoeding te produceren om te kunnen voldoen aan de behoeften van een snel toenemende bevolking, terwijl de middelen steeds beperkter worden.
Rabobank omschreef deze uitdaging en mogelijke oplossingen als volgt in de studie “Rethinking the F&A Supply Chain”ii: “Oplossingen voor de problemen ziet Rabobank in samenwerking tussen alle grote partijen in de voedselketen, van kennisinstellingen tot handelaars, overheden en voedingsbedrijven. Zij zullen, samen met de landbouwers, moeten inzetten op de verdubbeling van de productie op duurzame wijze. En dat met de helft water, landbouwgrond, fossiele brandstoffen, meststoffen en chemicaliën. Alleen dan is er in 2050 genoeg voedsel voor de totale wereldbevolking, die dan met 50 procent zal zijn gestegen tot negen miljard.”
Ook de Belgische voedingsindustrie moet en zal haar inspanningen en acties voor deze uitdaging voortzetten, namelijk:
· vrijwaring van de natuurlijke hulpbronnen door een toename van de inspanningen voor het rationeel gebruik van energie en water en het voorkomen van verpakkingsafval;
· strijd tegen voedselverspilling en bevordering van het hergebruik van de stromen in de voedingscyclus door middel van innovatie.
Samen met de agro-voedselketen
Het spreekt echter voor zich dat de inspanningen van de voedingsindustrie alleen niet zullen volstaan. Voor een duurzame verhoging van de voedselproductie is de geïntegreerde inzet vereist van alle actoren van de agro-voedselketen en dit op Belgisch, Europees en internationaal vlak.
FEVIA reikt daarom de hand naar de andere schakels van de agro-voedselketen om samen werk te maken van een meer duurzaam voedselsysteem. Het bestaande platform van de agro-voedingsketen, waarin de representatieve organisaties van alle schakels in de voedselketen vertegenwoordigd zijn, biedt hiervoor een uitstekende omkadering.
Wij geven u graag afspraak over 3 jaar voor voorstelling van het volgende duurzaamheidsverslag, niet alleen van de voedingsindustrie, maar bij voorkeur van de volledige agro-voedselketen.
Het duurzaamheidsverslag van 2011 vindt u hier.
