Palmolie SIPEF duurzamer door RSPO
Palmolieproducent SIPEF is sinds 2005 lid van de Roundtable on Sustainable Palm Oil (RSPO). Dit initiatief van WWF verenigt diverse stakeholders van over de hele wereld om de hele keten van palmolie te verduurzamen. SIPEF was er als de kippen bij om het lidmaatschap aan te vragen. “Een jaar na oprichting werden wij lid van de Roundtable on Sustainable Palm Oil. Hadden we vroeger geweten dat ze bestond dan waren we nog sneller aangesloten”, vertelt Gedelegeerd Bestuurder François Van Hoydonck.
“De groep oprichters telt slechts drie palmolieproducenten. Ze zijn allemaal Maleisisch. Wij vinden het belangrijk dat de ronde tafel verder gaat dan Maleisië. SIPEF is al lang actief in Indonesië en daarom willen we graag ons steentje bijdragen. Daarnaast werken wij graag mee aan duurzame palmolie. Wij hebben onszelf bewust in de spotlight gezet door heel snel lid te worden. Door onze voorbeeldfunctie moeten we de regels nauwkeurig volgen.”
Zeven belangen
De ronde tafel voor duurzame palmolie bestaat uit zeven stakeholdergroepen die regelmatig samenkomen: plantageondernemingen die ruwe palmolie produceren, bankiers die palmolie financieren, raffinaderijen, bedrijven die producten afwerken, distributiebedrijven, milieugerichte NGO’s en maatschappelijke NGO’s. Iedereen die betrokken kan zijn bij palmolie, in welke vorm dan ook, is vertegenwoordigd aan de tafel. Elke groep benadert palmolie vanuit zijn eigen invalshoek.
“Alle groepen moeten een consensus bereiken om beslissingen te kunnen nemen wat principes en criteria betreft. Dat is geen gemakkelijke opgave”, meent Van Hoydonck, “Zo vinden veel palmolieproducenten dat RSPO te veel verplichtingen met zich meebrengt en NGO’s zijn van mening dat de besluitvorming veel te traag gaat. Dat is voor mij een bewijs dat de ronde tafel zijn werk doet. Ze staat precies in het midden en probeert iedereen rond de tafel te houden. Tot op heden heeft nog geen enkele belangengroep afgehaakt.”
Continu verbeteren
‘Continuousimprovement’ en ‘time bound plan’ zijn sleutelwoorden voor RSPO. Het eerste doet u aan de hand van het tweede. “Leden die door de Executive Board – een raad waarin alle groepen zetelen - geaccepteerd willen worden, moeten volledig verduurzamen. Voor onze planters betekent het dat alle plantages duurzaam moeten worden. In een tijdstabel moeten nieuwe leden een verduurzamingsplan voorstellen dat over drie à vijf jaar gespreid wordt. Ze moeten zelf een schema opstellen waarin staat wat ze in welk jaar aanpakken.”
Die verduurzaming wordt goed in de gaten gehouden. De RSPO vraagt telkens in september een volledig jaarrapport. “Daarin moet grondig geëvalueerd worden: hoe het ‘time bound plan’ wordt opgevolgd, welke problemen daarbij zijn ontstaan en hoe ze werden opgelost. Daarnaast wordt de RSPO zelf besproken. De organisatie vraagt zijn leden om input. Het rapport wordt bekeken door de Executive Board, die er vragen over stelt”, zegt Van Hoydonck.
Naast het jaarrapport vinden er jaarlijkse audits plaats. En aan de certificering gaan een preaudit en een final audit vooraf. “In de preaudit kijken de auditors naar diverse aspecten van de bedrijfsvoering. Ze stellen een lijst met mogelijke onvolkomenheden op. Dat kunnen majors of minors zijn. De majors moeten voor de finale audit opgelost zijn. De minors zijn opmerkingen die in orde moeten zijn tegen de jaarlijkse audit. Elk jaar is er een nieuwe audit om te kijken of het bedrijf nog steeds voldoet aan de principes en criteria.” RSPO wijst zijn leden voor audits door naar een externe organisatie.
Goed gepositioneerd
De Roundtable for Sustainable Palm Oil lijkt vandaag goed georganiseerd, maar heeft al een lange weg afgelegd. “In het begin was er een gebrek aan communicatie. De RSPO was niet echt gekend. Dat is ondertussen deels opgevangen. De organisatie is met de jaren steeds professioneler geworden. Vandaag is RSPO een efficiënte en goed gepositioneerde organisatie”, concludeert Van Hoydonck.
Hij merkt eveneens dat de ronde tafel een positieve impact heeft op zijn bedrijf. “SIPEF heeft duurzaamheid altijd al hoog in het vaandel gedragen. Vanuit RSPO hebben we geleerd om gestructureerd aan duurzaam ondernemen te doen. Het verplicht het bedrijf om procedures op te zetten en toe te passen. Vooral op het vlak van sociale voorzieningen en het gebruik van pesticiden zijn we nog verder gegaan. Het heeft een educatieve waarde voor de onderneming. We leren waarom iets goed of slecht is.”
“De bewustwording is veel groter geworden”, gaat Van Hoydonck verder, “ Zeker bij de mensen die op de plantages werken. Een plantage draaide vroeger om landbouw en productie. Daar is nu een aspect bij gekomen: duurzaamheid. Dat maakt een duidelijk verschil. Als we bijvoorbeeld nieuwe plantages willen ontwikkelen dan betrekken we daar alle aspecten bij. We kijken niet alleen naar milieufactoren zoals grond of bomen, maar ook naar impact op de sociale omgeving. We willen de standaard van het gebied omhoog brengen, bijvoorbeeld door werkgelegenheid te bieden of koopkracht te stimuleren.”
Nieuw label
Als u het relaas van François Van Hoydonck leest, gaat u er misschien vanuit dat RSPO een label is, maar niets is minder waar. Het gebeurt wel dat uit zo’n ronde tafel een nieuw label geboren wordt. Wil dit zeggen dat we een label voor duurzame palmolie mogen verwachten? “Dat is mogelijk”, zegt Van Hoydonck, “RSPO heeft nog maar pas een logo uit. Dat kan onder andere op verpakkingen gebruikt worden. Zo bevestigt u dat u duurzame palmolie gebruikt.”
Van Hoydonck merkt dat de markt steeds nadrukkelijker vraagt om een label voor duurzame palmolie. “Grote bedrijven voelen die verplichting. Sommige willen tegen 2015 alleen maar duurzame palmolie gebruiken in hun producten. Momenteel is ongeveer 7% palmolie van de wereldproductie duurzaam. Dat is op korte tijd sterk gestegen, al is er nog werk aan de winkel. Bijvoorbeeld Europa verbruikt ongeveer 15% van de wereldproductie van palmolie. Dat is bijna dubbel zoveel als de hoeveelheid gecertificeerde palmolie in de wereld.”
Suzanne Gielis
