MVO Vlaanderen interviewde academici in Brussel over MVO

MVO Vlaanderen zet elke maand één stakeholder in de kijker. Deze maand ging er dan ook extra aandacht naar de educatieve sector. Voor we de spotlights verplaatsen en hen op een andere stakeholder richten, willen we dit hoofdstuk afronden met een visie uit de betrokken sector. Daarom vroegen we aan academici van de Vrije Universiteit van Brussel, Prof. Dr. Elvira Haezendonck en Tanja Verheyen, voor een interview omtrent hun visie op MVO. Wij wilden weten waarom zij kozen voor MVO als onderzoeksdomein,  waar MVO vandaag staat en hoe zij MVO zien evolueren.

Elvira Haezendonck (E.H.) is hoofddocent in Management aan de VUB en deeltijds docent aan de UA. Ze is gespecialiseerd in Management Analyse van Complexe Projecten, Concurrentiestrategie en Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen. Tanja Verheyen (T.V.) voerde een tijd lang onderzoek in het kader van Reputatie en Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen. Haar huidig onderzoek kadert in het onderwerp Demotie. Ze is nog steeds assistente in Communicatie aan de VUB, en ze coacht bedrijven in hun strategisch communicatiebeleid via haar adviesbureau Satelliet Suzy.

Beide academici zijn oorspronkelijk afzonderlijk bevraagd. Bovendien kwamen de vragen niet volledig overeen. Interactie tussen beide geïnterviewden was dus ook niet mogelijk.

Jullie kozen beide MVO als onderzoeks- en onderwijsdomein. Wat was voor jullie de drijfveer achter de keuze?

T.V.: Een aantal jaar geleden las ik Het Merk Mens, van Fons Van Dyck. Tussen de lijnen komt MVO hier in terug. Ik besefte dat MVO iets kon betekenen. Ik ben vervolgens verschillende stakeholders met een visie gaan vragen welk aspect van MVO volgens hen de toekomst van het bedrijfsleven zou bepalen.

E. H.: Zowel instrumenteel als normatieve argumenten bestaan om je te engageren voor MVO. Ik geloof dat MVO nodig is voor duurzame groei van ondernemingen en onze economie. Bovendien vind ik het de juiste manier van management onderwijzen en ondernemen.

Hoe staat MVO vandaag in de universitaire wereld, Prof. Dr. Haezendonck?

E.H.: De VUB geeft vandaag absoluut meer aandacht aan MVO. Er worden vele groene initiatieven genomen. Toch is het onderwijs in het algemeen MVO nog onvoldoende verweven.
Ook bij de studenten groeit het draagvlak. Het aantal masterproeven rond het thema MVO groeit elk jaar. Ik begeleidde in 2006 twee studenten rond dit onderwerp,  en vandaag al 16.

En in de privé, mevrouw Verheyen?

T.V.: In het begin van de jaren 2000 hebben bepaalde zaken MVO een slecht imago bezorgd. Greenwashing en andere oneerlijke praktijken kwamen naar boven. Vandaag ligt de focus meer op de echte waarde van MVO. Bedrijven kunnen ook moeilijk nog investeren in dubieuze projecten. Alles is vandaag veel transparanter. De consument spreekt. En MVO die enkel vanuit de winstgevende gedachte vertrekt, maar waar geen beleid achter zit, wordt niet meer gepikt. Wanneer bedrijven op louche praktijken betrapt worden, kost het hen ook enorm veel om deze reputatieshock te helen. Het wordt ook meer aanvaard dat bedrijven in de eerste plaats winst moeten maken, anders kunnen ze niet aan MVO doen. Veel bedrijven, ook KMO’s, zijn heel goed bezig vandaag.

Wat zien jullie als belangrijke obstakels voor een organisatie voor het implementeren van een MVO-strategie?

E.H.: Gebrek aan lange termijn perspectief voor vele ondernemingen, zowel voor KMO's als voor multinationals. Zo schenkt het management in een familiebedrijf zonder opvolging vaak vooral aandacht aan groei op korte termijn. In grotere bedrijven kunnen dan weer de nood aan winst op aandelen en de Raad van Bestuur groei op korte termijn aanmoedigen. Gebrek aan visie, alsook ethische visie van de ondernemer of topmanager zelf, kan ook een issue zijn. Tenslotte is ook onzekerheid en institutionele instabiliteit nog een obstakel vandaag.

T.V.: Voor KMO’s kan het moeilijker zijn om een MVO strategie uit te werken dan voor multinationals. Zo hebben zij minder middelen om een verantwoordelijke voor MVO aan te stellen, om nieuwe strategieën te ontwikkelen of om vele projecten op te starten. Ik heb echter gemerkt dat dit niet alleen geldt voor MVO, maar bijvoorbeeld ook voor R&D. MVO-initiatieven vragen vaak grote investeringen. Ook al brengt het op termijn op, voor vele KMO’s is het niet vanzelfsprekend om energie te steken in een intensieve strategie – want dat is MVO – wanneer de voordelen pas op lange termijn duidelijk worden.

Wanneer denkt u dan, mevrouw Verheyen, dat een KMO klaar is om deze obstakels te overbruggen?

T.V.: Wanneer ze onder druk gezet worden, bijvoorbeeld door concurrenten of door een nieuwe wet. Wanneer leveranciers of klanten het vragen. De houding van KMO’s betreffende MVO blijkt eerder reactief te zijn. Al mag men de proactieve inspanningen van sommige KMO’s zeker niet negeren. Ik wil zeker niet te negatief hierover klinken, want ik ben ook al hele knappe initiatieven tegengekomen.

Mevrouw Verheyen, wat ziet u als mogelijke acties die de Vlaamse/Belgische overheid zou kunnen uitvoeren om de implementatie van MVO te stimuleren?

T.V.: MVO-regelgeving moet transparanter, duidelijker en makkelijker toegankelijk zijn. Soms verandert de wetgeving zo snel dat KMO’s niet kunnen volgen. We kunnen wel niet alles over dezelfde kam scheren: er zijn al goede initiatieven die wel makkelijk toegankelijk zijn.  Ik heb gisteren ook nog een opleiding via KMO-portefeuille doorgegeven en dit ging heel gemakkelijk. Toch kunnen sommige zaken beter. Zo mist de regelgeving misschien enige stabiliteit, zowel op Belgisch als Europees vlak.

Global warming is hot topic vandaag. Meer en meer organisaties geven meer aandacht naar de haar effecten op het milieu. Denken jullie dat dit een ongunstige invloed heeft op de kwaliteit en kwantiteit van organisaties betreffende inspanningen op sociaal vlak?

T.V.: De drie pijlers (people-planet-profit) geven elkaar de hand. Ze kunnen niet los van elkaar gezien worden. Bovendien denk ik dat ook het sociale meer aandacht zal winnen op termijn. Zo zullen bijvoorbeeld door de verhoging van de pensioenleeftijd, de werknemers langer werken en zal de relatie tussen oudere werknemers en de werkgever verder moeten worden uitgediept.

E.H.: Ik denk dat er ergens wel een trade-off bestaat tussen MVO initiatieven in vele bedrijven, dus dat ze kiezen of prioriteiten stellen. Maar toch zien we dat bij multinationals er een soort portfolio van MVO initiatieven bestaat die verschillende domeinen of objectieven omvatten.  Een onderzoeker op de VUB focust zijn doctoraat hierop.

Geloven jullie dat als gevolg van onder andere de bankencrisis, meer en meer protesten over de inkomensongelijkheid en global warming, MVO een meer centrale plaats zal krijgen in de economie op termijn? Of zorgt een beperktere economische groei eerder voor besparingen op vlak van MVO?

E.H.: Ik verwacht op korte termijn inderdaad besparing op alles, dus ook op vlak van MVO. Bedrijven zullen ook  afwachten om te zien hoe de situatie evolueert. Op middenlange termijn verwacht ik dat er – al dan niet door de overheid gestimuleerd of gedwongen – toch meer MVO implementatie komt in de ondernemingen.

T.V.: Ik denk dat MVO een opportuniteit is in tijden van crisis. MVO hoeft niet duur te zijn, maar men moet wel creatief zijn. Men moet de kansen ook durven zien en dit vergt moed. Het is een uitdaging. Toch kan een goede MVO-strategie leiden naar kostenbesparing en een betere reputatie, met betere relaties met klanten, financiële instellingen en andere stakeholders als gevolg. Deze effecten zijn belangrijk, zeker in tijden van crisis.

Prof. Dr. Haezendonck, u heeft ook onderzoek gedaan naar de implementatie van MVO, vooral met focus op “planet”, en diens gevolgen in de havensector. Welk resultaat heeft u het meest verrast?

E.H.: Niet echt verrassend, maar wel significant, was de duidelijke link tussen groene havens en beter presenteren in de toekomst. Ook viel op dat havens een bijzonder complexe groene dimensie kennen. Tenslotte merkte ik dat individuele bedrijven vaak al heel ver staan. Soms nemen ze verregaandere initiatieven dan overheden, semi-overheden en het beleid van de overheid, terwijl de overheid toch een rolmodel hierin heeft.

Ik las dat u binnenkort ook een boek zal publiceren over “De tien dimensies in management”, Prof. Dr. Haezendonck.  Is MVO gerelateerd aan één van deze dimensies?

E.H.: Belangrijker nog: ze komt terug in vijf van de tien dimensies.

Mevrouw Verheyen, kan u om af te sluiten nog een tip geven aan entrepreneurs die een MVO-strategie willen uitwerken en implementeren?

T.V.: Eerst denken en dan doen. Men moet geen energie en tijd verliezen door losse acties. MVO is een mindset, een visie. Het moet komen vanuit de kern van het bedrijf. Losse acties kunnen mooi zijn, maar ze helpen niet echt op lange termijn. Bedrijven moeten eerst nadenken: waar zijn we mee bezig? Waar willen we naartoe? Hoe gaan we dit bereiken? En dan moeten ze dit uitwerken. Zo kunnen de acties effecten hebben op lange termijn, zoals kostenbesparing en winst.

Wij bedanken beide dames voor het interessant gesprek.

Uw selectie

  • MVO integreren in de strategie
  • Onderwijs
Terug naar selectie


Navigatie


Zoeken



© MVO Vlaanderen Koning Albert-II laan 35 bus 20, 1030 Brussel info@mvovlaanderen.be tel. 03 205 91 69 disclaimer naar boven
Deze website draagt het Anysurferlabel, een Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites. Meer informatie vindt u op www.anysurfer.be AnySurfer, Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites