Interview Nadja Vananroye (ISIS Buurtdienst), manager van de Sociale Economie 2007 “Geven en nemen, daar draait het om”

contactpersoon:
Buurtdienst IN-Z vzw
e-mailadres:
info@in-z.be
website:
www.in-z.be

De eerste Manager van de Sociale Economie is Nadja Vananroye. Zij is 33 en leidt de Limburgse vzw ISIS. Deze buurtdienst is snel groot geworden in een niche die hij zelf tot bloei heeft gebracht: flexibele seniorenzorg aan huis, door werkzoekende vrouwen die door velen al waren afgeschreven vanwege zogenaamd te oud of niet gemotiveerd om uit de dop te stappen. Vandaag telt ISIS 543 werkneemsters met een bediendencontract van onbepaalde duur. Het jaarbudget ligt in de orde van grootte van 12 miljoen euro.

Na haar studie aan de Katholieke Hogeschool Leuven, departement sociale school, had Nadja Vananroye werk gevonden. Maar ze liet zich overtuigen om daarnaast als vrijwilligster mee te stappen in een idee van Jan Van Passel, een ACV-propagandist die volgens Vananroye een decennium voordien al de impuls gegeven had voor het ontstaan van de projecten buitenschoolse kinderopvang.

Deze keer bestond het idee erin, in Limburg oppas te bieden aan ouderen thuis. De bestaande diensten werken met arbeidsvoorwaarden en premiestelstels die o.m. prestaties buiten de gewone uren duur maken, terwijl ook juist ’s avonds en in de weekends nood bestond aan oppas. Tegelijk zouden jobs worden gecreëerd in een provincie die de mijnsluitingen nog niet volledig had verwerkt. Tegen de sceptici in, geloofde Van Passel dat er een reserve bestond van (vooral) langdurig werkzoekende vrouwen die wel degelijk aan de slag zouden gaan, mits de arbeidsvoorwaarden voldoende op hun maat waren gesneden.

ISIS startte in 1996 met vier vrijwilligers, die helpsters en klanten begonnen aan te trekken. “Ik kende de sociale economie helemaal niet, maar ik voelde snel dat het goed zat,” zegt Nadja Vananroye. Ze ging voltijds aan de slag bij ISIS en sindsdien heeft ze niet meer in de achteruitkijkspiegel gekeken. Al vroeg nam ze de operationele leiding op zich. Bang om tegen de stroom in te roeien is ze niet. Niet iedereen was ISIS genegen of geloofde in de slaagkansen. Vooral de vakbond was in het begin sceptisch. Er waren reserves tegen het hanteren van flexibele arbeidsvormen. Toch nam Vananroye mandaten op in de christelijke vakbond. In kranteninterviews neemt ze geen blad voor de mond, bijvoorbeeld om de besparingen in het systeem van de dienstencheques te hekelen.

Dienstencheques, noodgedwongen

ISIS groeide uit tot de grootste buurt- en nabijheidsdienst in Vlaanderen. Omkaderd door een vijftigtal begeleidsters en stafleden, gaan ruim 480 helpsters (er zijn een handvol mannen) aan huis bij een kleine 1500 ‘klanten’. Daarvan is bijna 40 procent ouder dan 80 jaar. Een kwart van het totaal is zwaar zorgbehoevend en nog eens 22 procent zorgbehoevend volgens de Katz-schaal. Het lijdt geen twijfel dat honderden ouderen thuis kunnen wonen dankzij ISIS.

De organisatie genereert een kwart van haar inkomsten zelf, door een uurtarief aan te rekenen, en is voor het overige aangewezen op het bijeensprokkelen van subsidies. Dit is zo’n tijdrovende en gespecialiseerde bezigheid, dat ISIS in zijn omkadering externe expertise moet binnenhalen om de dossiers samen te stellen. Tegenwoordig komt het meeste geld van de dienstencheques. Dit heeft meegebracht dat de dienstenmix van ISIS noodgedwongen opschoof naar poetsen en huishoudhulp. “Anders overleven we gewoonweg niet”, zegt de directeur. Dat de oppas hierdoor in de verdrukking is geraakt, vindt Vananroye behoorlijk absurd en ze hoopt dat dan ook dat er dringend middelen vanuit Welzijn zullen komen.

Naast de hoofdzetel in Stevoort (Hasselt) heeft ISIS tegenwoordig een kantoor in Halen, Genk, Tongeren, Kaulille en Aarschot. De helpsters zijn actief in alle Limburgse gemeenten en in de regio Leuven-Tienen-Aarschot.

Flexibel

Veel bedrijven vinden nauwelijks jobkandidaten. Geldt dit ook voor ISIS?

Nadja Vananroye: “Integendeel. Kandidaten genoeg. We aanvaarden wie elders geen kans krijgt. 46 procent van onze werkneemsters is ouder dan 45 jaar, regelmatig komt iemand van 60 jaar in dienst. Bij ons kunnen velen net dat beetje geld bijverdienen dat hun statuut toelaat, bijvoorbeeld weduwen, of een vrouw waarvan de echtgenoot invalide of gepensioneerd is. We hebben veel alleenstaande uitkeringsgerechtigde moeders, een categorie die volgens sommigen onmogelijk aan het werk te krijgen was. Allemaal onder meer omdat we bereid zijn hen een uurrooster op hun maat aan te bieden. Gemiddeld werken de meeste van onze helpsters 19 uren per week, halftijds dus. De enige eis die wij stellen is: gemotiveerd zijn.”

Is het verstandig mensen naar bejaarden thuis te sturen als ze hiervoor niet zijn opgeleid?

Nadja Vananroye: “Die kritiek kregen we vroeger. We spreken hier wel vaak over vrouwen die weten hoe je een huishouden runt. Familieleden die een oudere met zorgen omringen, doen dat toch ook zonder diploma. De oppasdienst willen we zelfs zo ‘onprofessioneel’ mogelijk houden. Boterhammen smeren, het rolluik optrekken, de tv aan- en uitzetten, meegaan naar de markt, de gezellige babbel: dàt is wat op prijs wordt gesteld. Onze begeleidsters volgen elk gemiddeld 18 helpsters. Ze zorgen er in de eerste plaats voor dat het goed ‘klikt’ tussen helpster en klant, en volgen daarna van dichtbij hoe het contact en de dienstverlening verlopen. Er zijn wel vormingsmomenten. Hef- en tiltechnieken, bijvoorbeeld, om rugsparend bejaarden te helpen bij het naar het toilet gaan.”

Zoveel individuele uurroosters beheren moet een zware klus zijn. Hoe kan ISIS deze sociale hyperflexibiliteit de baas?

Nadja Vananroye: “Voorlopig doen we alles manueel. We hebben een instrument ontworpen dat we de sociale flexibiliteitskaart noemen. Voor elke helpster staat daarop in detail aangeduid op welke uren ze beschikbaar is. Een alleenstaande moeder zal bijvoorbeeld minder inzetbaar zijn in de schoolvakanties en op woensdagnamiddag, maar juist wél tijdens de weekends die de kinderen bij hun vader doorbrengen. Een helpster waarvan de man ploegenarbeid doet, is misschien de ene week wél en de andere week niet inzetbaar ‘s avonds door kinderopvang. Of iemand wordt graag ’s avonds ingepland, maar dan niet op de avonden wanneer ze bestuursvergadering heeft van haar vereniging. Onze begeleid(st)ers puzzelen dat allemaal bij elkaar, en onze helpsters weten twee maanden op voorhand hoe hun dienstrooster eruitziet. Naar de klanten toe is er continuïteit: altijd dezelfde help(st)er, ook op lange termijn, of soms wel twee of drie help(st)ers die elkaar aflossen.”

Is er geen probleem in de schoolvakanties?

Nadja Vananroye: “Dat valt erg mee. We werken met min- en meeruren op jaarbasis in plaats van per drie maanden, de helpsters met kinderen kunnen dus recup-uren opsparen. Helpsters zonder kinderen zijn wel inzetbaar in de schoolvakanties. Voor die arbeidsrechtelijke doorbraak hebben we moeten vechten, maar gelukkig kregen we de steun van de arbeidsinspecteur. De stand van de min- of meeruren wordt meegedeeld samen met elke loonfiche. We hebben nog wel meer CAO’s afgesloten of afsprakennota’s ingevoerd die niet voor de hand lagen. Werken met minimum prestatieblokken van twee uren in plaats van de normale drie uren, bijvoorbeeld. Vandaag vinden de vakbonden onze arbeidsvoorwaarden al bij al niet zo kwaad. Onze mensen hebben een kilometervergoeding, arbeidsduurverminderingsdagen, maaltijdcheques…”

Wat de ISIS-helpsters niet hebben, zijn premies voor avond- of weekendwerk .

Nadja Vananroye: “Dat klopt. Premies kunnen we niet betalen. We zijn daar duidelijk in. Maar we plaatsen er iets tegenover: inspraakgedreven flexibiliteit. Het is geven en nemen. Van beide kanten. En het werkt. Ook onze klanten zijn tevreden, zo bleek uit een onderzoek.”

Professioneel

Een bedrijf uit de sociale economie met meer dan 500 werknemers, is dat nog te managen?

Nadja Vananroye: “In 2002 zijn we beginnen meten om te weten. Toen bleek dat van de theoretische 15 uren per week die onze helpsters gemiddeld technisch inzetbaar kunnen zijn, elf uren effectief besteed werden aan de taak. Door zicht te hebben op zo’n gegeven hebben we kunnen bijsturen, intussen zitten we jaar na jaar op 14,5 uren op 15.”

Er is toch meer nodig dan het optimaliseren van de effectieve prestaties?

Nadja Vananroye: “Het klopt dat groeien ook meer competenties vergt, van de hele staf. We maken maximaal gebruik van kansen, zoals de huidige +Premie, om ons management te professionaliseren. Onze administratieve processen hebben we laten doorlichten. Mijn twee adjuncten en ikzelf gaan vier keer per jaar op intervisie onder begeleiding van een externe consultant. ISIS heeft een financieel expert van hoog niveau nodig, en een consultant helpt ons bij de selectie. We zitten momenteel volop in een zware reorganisatie op het gebied van communicatie, informatica, functieprofielen, en laten ons daarbij begeleiden. Tot hiertoe zijn onze stafleden, die meestal van A1-niveau zijn, meegegroeid. Nu lijkt het dat we in een fase zijn gekomen die om externe expertise vraagt. Op menselijk gebied en op het gebied van personeelsbeleid zal de integratie van een nieuwe laag leidinggevenden een uitdaging worden.”

Noot: vzw ISIS veranderde intussen van naam en gaat nu door het leven als vzw IN-Z.

Uw selectie

  • Maatschappelijke dienstverlening
Terug naar selectie


Navigatie


Zoeken



© MVO Vlaanderen Koning Albert-II laan 35 bus 20, 1030 Brussel info@mvovlaanderen.be tel. 03 205 91 69 disclaimer naar boven
Deze website draagt het Anysurferlabel, een Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites. Meer informatie vindt u op www.anysurfer.be AnySurfer, Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites