Interview Bart Van Gorp (Ekol) "Ook de islamkalender bepaalt onze werkplanning"
Bij Ekol in Houthalen zijn vier van de 32 arbeiders “echte” Belgen. De organisatie van het werk houdt sterk rekening met de cultuur en de godsdienst van de allochtone werknemers. Die aanpak werkt. Het personeelsverloop is quasi nul en de onderneming is flink winstgevend. Net zoals Ekol zelf is directeur Bart Van Gorp een buitenbeentje: een ‘harde’ baas in de duurzame sector.
De NV Ekol ontstond in 1989 tijdens de Limburgse diversificatiegolf na de sluiting van de mijnen. Vandaag zijn KBC Private Equity, OVAM en de Limburgse Vinylmaatschappij de aandeelhouders. Ekol maakt uit het kunststofafval van ongeveer een miljoen burgers duurzame kringloopproducten. Voorbeelden zijn zitbanken, picknicksets en bloembakken voor openbare ruimten, verkeerspaaltjes, compostbakken, geluidswanden en profielen. Van kortlevende plastics maakt Ekol dus dingen met een lange levensduur. De maatschappelijke voordelen liggen voor de hand: het volume herwonnen afval komt overeen met drie maanden capaciteit van de huisvuilverbrandingsoven in Houthalen. En de producten verminderen ongetwijfeld de invoer van tropisch hardhout.
P+P+P = winst
U bent burgerlijk ingenieur in de mijnbouw, met een bijkomend diploma in de milieukunde. U werkt in de kringloopeconomie en met werknemers van zeer diverse afkomst. Leidt u eigenlijk een tewerkstellingsproject?
Bart Van Gorp: “Absoluut niet. Wat mijn aandeelhouders interesseert is het bedrag onderaan links op de resultatenrekening. Dat moet met zwarte inkt geschreven zijn, en liefst zo groot mogelijk. Maar de triple P (profit, planet, people) bottomline is voor ons een evidentie. Dat we profit nastreven is normaal, winst is nodig. Onze cash flow bedraagt meer dan 20 procent op een omzet van 4,8 miljoen. Goed omgaan met het milieu zit ingebakken in de genen van dit bedrijf. Dat je de planeet moet behandelen als een goede huisvader staat buiten kijf. Wij gaan daar ver in. Visuele vervuiling gaan we tegen door opslag in een gesloten hal, door onze terreinen en de omgeving netjes te houden en zwerfvuil te voorkomen. Eco-efficiëntie is onze leidraad. We hebben een ISO 4001 certificatie. Voor water hebben we een gesloten kringloop. Als waswater gebruiken we opgevangen regenwater. De lozing van gezuiverd waswater is tot nul herleid. Wat de derde P, die van People, betreft, zijn we vergeleken met de typische Vlaamse KMO ongetwijfeld een geval apart.”
Wie werkt er bij Ekol?
Bart Van Gorp: “32 arbeiders, vier bedienden en ikzelf. Bij de arbeiders hebben we vier mensen van Belgische afkomst, een Spanjaard, twee Marokkanen en de rest zijn Turken.”
Is er dan geen taalprobleem?
Bart Van Gorp: “Dat mensen onder elkaar ook Turks spreken is een feit. Maar ik ontmoedig dat. Ik druk iedereen op het hart dat ze moeten Nederlands leren, anders zijn ze veroordeeld tot een bestaan in de marge. Nederlands kennen is de sleutel tot succes, prent ik hen in. Ik vertik het de veiligheidsvoorschriften in het Turks op te stellen. Sinds enkele jaren moeten nieuwe werknemers een contract ondertekenen waarin staat dat ze op het werk Nederlands moeten spreken. Ik heb nog niemand de laan moeten uitsturen voor schending van die afspraak.”
Heerst er sociale vrede bij Ekol?
Bart Van Gorp: “Enkele jaren geleden, na een goed jaar, bood ik zelf een extraatje aan dat neerkwam op iets meer dan een euro per gewerkte dag. Dat vonden ze een aalmoes en ze eisten een opslag van ongeveer een euro per uur. Ik zei neen en het werk werd neergelegd. Ik heb dan goed duidelijk gemaakt hoe de zaken staan: wij, als werkgever, eerbiedigen de cao tot op de letter, dus moeten jullie dat ook doen. Ze zijn terug aan het werk gegaan. Ik zeg altijd dat ze niet moeten aarzelen om weg te gaan als ze het elders beter kunnen hebben, en ik meen dat uit de grond van mijn hart. In de praktijk blijven ze hier. Ons personeelsverloop is nul.”
Werkplanning
Op welke manier houdt Ekol rekening met de islamitische achtergrond van veel werknemers?
Bart Van Gorp: “We gaan daar ver in. Dat is geleidelijk gegroeid, zo ongeveer sinds de periode 2000-2001. De werkplanning is afgestemd op de islamkalender. Aangepaste pauzes tijdens de ramadan, bijvoorbeeld. En collectieve sluiting op de dagen van het suikerfeest en het offerfeest – dan houden alleen de Belgen hier de zaak open. Als ik op die dagen slechts enkelen vrijaf zou geven, zou er toch maar ‘ambras’ van komen. Veel Turken en Marokkanen gaan graag wekenlang op vakantie naar hun land van oorsprong. Dat maken we elk jaar voor een beperkt aantal werknemers mogelijk via het systeem van de toegestane afwezigheid, onbetaald dus. Soms moet ik verder gaan dan de letter van de wet toestaat. Overuren niet meteen uitbetalen, bijvoorbeeld, maar opsparen tot wanneer ze op zo’n lange vakantie zijn. Dat vragen zij zelf, sparen doen ze immers vaak niet en ik kan hen toch geen drie weken zonder inkomen zetten?”
