Gyproc gaat verder na Cradle to Cradle Silver Certificate
De standaard gipsplaat van Gyproc behaalde zopas het Cradle to Cradle (C2C) Silver Certificate, groot nieuws voor zowel de bouwmaterialenfabrikant uit Kallo als C2C. Met een 30% gecertificeerde productie zal de gipsplaat het meest verkochte C2C-product ter wereld zijn. Hiermee duwt Gyproc duurzame bouwmaterialen naar de mainstream. Productmanager Luc Plancke: “Er is geen reden meer om niet voor duurzame gipsplaten te kiezen.”
Het cliënteel van Gyproc bestaat grotendeels uit aannemers. Zij kijken in de eerste plaats naar prijs en functionaliteit. Daar liggen nog enkele uitdagingen. “De klassieke redenen om niet voor duurzame bouwmaterialen te kiezen zijn een verhoogde prijs en het feit dat ze lang niet in alle zaken te vinden zijn”, verklaart hij nader. “Die punten pakken we aan met onze nieuwe gecertificeerde gipsplaat. Ze is standaard en dus overal verkrijgbaar. De extra kosten bij de productie rekenen we niet door naar de consument. Daardoor kost de gecertificeerde gipsplaat evenveel als een gewone plaat.”
Extra kosten kwijtschelden om klanten niet af te schrikken, is een mooi initiatief. Of Gyproc zijn altruïsme op termijn kan volhouden, is echter de vraag. Luc Plancke meent overtuigend van wel: “Het is niet zo dat die extra kosten vijf of tien procent van de prijs van gipsplaten bedragen. Het gaat voornamelijk om extra inspanningen en arbeidsuren inzake innovatie. In plaats van die door te rekenen, zien we het als een investering in ons bedrijf.”
Containerparken
Gyproc rekent wel op zijn klanten om gebruikte gipsplaten terug te bezorgen zodat deze in nieuwe gipsplaten verwerkt kunnen worden, want volgens C2C is afval voedsel. Cradle to Cradle-certificatie impliceert dat een product 100% recycleerbaar is. “Momenteel wordt al het productieafval gerecycleerd. Op termijn zullen we ook gebruikte gipsplaten inzamelen. Dat doen we nu al deels in samenwerking met enkele intercommunale containerparken in het Waasland. Het gipsafval dat we inzamelen moet onvervuild zijn, anders kunnen we het niet opnieuw verwerken. Het gipsafval zo puur mogelijk houden, is een toekomstige uitdaging. Misschien kan de overheid ons helpen om de uitdaging tot goed sorteren aan te pakken.”
Van uitdagingen en evaluaties is Gyproc niet vies. Zo nam het bedrijf in 2009 deel aan de wedstrijd ‘Ontdek het eeuwige leven – Grenzeloos Gebruik’ waarmee voormalig Vlaams minister van Sociale Economie Kathleen Van Brempt bedrijven wilde stimuleren om met de C2C-filosofie aan de slag te gaan. Gyproc eindigde bij de vijf laureaten en kreeg een begeleidingspakket waarmee het bedrijf advies op maat over C2C kon kopen. Daardoor ging de bal aan het rollen. “Nadat we een eerste begeleiding kregen, hebben we besloten om ons te laten certificeren door een onafhankelijk bureau. We zijn oprecht bezig met duurzaamheid en door certificatie krijgen we daar een geloofwaardige erkenning voor.”
Tot op de molecuul
Die C2C-certificatieprocedure duurde twee jaar. “Alle gebruikte materialen in onze producten werden geïdentificeerd en de leveranciers werden gevraagd om de CAS- en EN-nummers. We werden begeleid om alleen materialen te gebruiken die bij wijze van spreken biodegradeerbaar zijn tot op de molecuul. Ze worden daar ook op geëvalueerd”, vertelt Plancke.
Het duurzaamheidsplan van Gyproc stopt niet bij de certificatie van de standaard gipsplaten. “We gaan verder in het C2C-verhaal. We willen de lat hoger leggen dan de wettelijke norm. We zullen werken aan een Cradle to Cradle life cycle analysis en misschien laten we verder nog andere producten C2C-certificeren. Daarnaast willen we binnenkort een MVO-verslag maken op basis van ISO 26000. Momenteel zijn we bezig met een duurzaamheidsenquête bij stakeholders. Die kunt u invullen op onze website, maar ook op Batibouw zullen we actief enquêteren.”
Infinito fonds
Hoewel Gyproc momenteel vooral op milieuvlak in de spotlights staat, heeft het bedrijf ook oog voor het sociale. “Meer sociaal engagement, is een belangrijke doelstelling. We zijn momenteel intern bezig om nieuwe sociale projecten op te zetten.” Onder de noemer Gyproc Infinito fonds wil de bouwmaterialenfabrikant vanaf 2011 jaarlijks het binnenklimaat van twee scholen, crèches, jeugdhuizen en dergelijke verbeteren. Gyproc levert de platen en de medewerkers gaan ze plaatsen. “Het is teambuilding tijdens de werkuren. Zo willen we de werknemersbetrokkenheid binnen het bedrijf verhogen. Dit jaar nog zullen we bijvoorbeeld een schooltje in Kallo opknappen.”
Ook intern worden er allerhande sociale initiatieven georganiseerd. De jaarlijkse ‘veiligheid, gezondheid en milieu’-dag die Gyproc voor zijn 200 werknemers organiseert, heeft zijn nut bijvoorbeeld al bewezen. Op 4 februari 2011 maakte het bedrijf namelijk bekend dat het laatste ongeval dateert van 1264 dagen geleden. Door het nuttige aan het aangename te koppelen heeft Gyproc een mooie manier gevonden om de sociale cohesie binnen het bedrijf te versterken.
Suzanne Gielis
