Ecobouw bespaart 10 ton CO2 per werknemer
Bouwbedrijf Ecobouw is al meer dan tien jaar in de weer met technieken en materialen die weinig of geen emissie van kooldioxide veroorzaken. Zo zorgde het houten kantoorgebouw voor een CO²-uitstoot tijdens die bouw die 400ton lager dan bij een metalen constructie. Ook heeft Ecobouw een vrachtwagen die rijdt op plantaardige olie (PPO) dit zorgt voor 40/50% minder uitstoot dan een gemiddelde diesel vrachtwagen
De Aarschotse onderneming behoorde tot de vijf finalisten van Ambassadeur voor Kyoto 2008, een initiatief van Unizo. Ecobouw startte in ’95 als een coöperatieve voor de promotie van ecologische bouwmaterialen. Ze hadden indertijd alle importrechten voor ecologische bouwmaterialen in België. Later werden zij naar eigen zeggen de eersten in Vlaanderen met een passief kantoor. Na zijn periode als vrijwilliger in Congo wou Luc Vanderauwera ook in het Belgische bedrijfsleven naar maatschappelijke verandering streven. Vandaag werkt hij als technisch adviseur bouwmaterialen bij Ecobouw.
Vanderauwera: “We hebben intern diverse structurele maatregelen opgesteld. Ons magazijn is een houtbouw van 3500 kubieke meter. Dat zou bij een metalen constructie voor 400 ton CO2-uitstoot gezorgd hebben. Voor het vervoer van onze materialen kochten we een vrachtwagen op PPO. Dit is een 100% natuurlijke olie die zo’n 40 tot 50% minder CO2 dan diesel uitstoot. Bovendien wordt ze relatief goedkoper met de stijgende prijzen voor brandstoffen uit petroleum.” Het voormalige kantoorpand was slecht geïsoleerd. Toen het huurcontract ten einde liep, besloot de onderneming dat het beter kon. Vandaag huist de administratie in een passiefconstructie.
Vanderauwera: “Passiefbouw is interessant. Je werkt met ecologische isolatiematerialen, zoals houtvezels, die een verwarmings- en koelinstallatie overbodig maken. Je energiefactuur wordt praktisch nihil. Isoleren vermindert rechtstreeks het energieverbruik. We gebruiken uitsluitend isolatiematerialen die afkomstig zijn uit milieubewuste recyclage-procedés, het grootste deel uit hout met ESF-label. Aan onze klanten trachten we dergelijke ‘nature-plus’-oplossingen te bieden.“ Zijn de particuliere bouwers geïnteresseerd in die waarschijnlijk duurdere ecologische huizen? Vanderauwera stelt vast dat de Walen op dit vlak meer met het milieu bezig zijn dan de Vlamingen. “Wij geven cursussen over ecologisch bouwen aan particulieren, architecten en aannemers. Welnu, heel vaak zit ik in Wallonië.”De geïnformeerde klant is zeker geïnteresseerd, zegt de technisch adviseur. “Het vergt wel veel tijd en kosten om deze informatie te verschaffen. Maar we varen nu al tien jaar deze onafhankelijke koers, en we roeien met de riemen die we hebben. De chemische industrie is blijkbaar erg machtig, want men krijgt nog altijd minder subsidies voor een houten gebouw dan voor één met minder ecologische materialen. Een degelijke subsidie zou de meerprijs van passiefhuizen kunnen compenseren, en bovendien de CO2-uitstoot veel meer verlagen.”Bijna alle Belgen (95 pct) zijn overigens bereid meer te betalen voor duurzame of milieuvriendelijke bouwmaterialen, zo bleek in februari 2008 uit een enquête van Reynaers Aluminium en het magazine 'Ik ga bouwen/Je vais construire'. Bijna de helft van de ondervraagden wil tot 10 pct meer neertellen voor duurzaamheid en 46 pct is bereid om tussen 10 pct en 30 pct meer te betalen voor milieuvriendelijke en duurzame bouwmaterialen.
